De depressie

Afscheid nemen van een depressie, raakt nooit voltooid. Er is eigenlijk nooit een moment, waarop je tegen jezelf kan zeggen, zo, dat ligt achter mij. De manie al helemaal niet, zij is de keerzijde, die ervoor zorgt dat je de depressie kunt blijven koesteren. Dat wil niet zeggen, dat men steeds opnieuw depressief wordt. Zo ver komt het nooit meer.

Zij is de meest verkeerd begrepen toestand, die er is. Zij wordt afgeschilderd als een vreselijke gesteltenis waardoor de dingen pijn doen, en men geen energie meer heeft. Maar in werkelijkheid, is zij een toevluchtsoord waar de dingen dover zijn, ronder, stiller. Zij is een mantel van onverschilligheid, die men zichzelf aantrekt. Zij is een heerlijk warm bad waarin men zichzelf laat glijden, waarin men zichzelf verzorgen kan, waarin men zich ontfermt over zijn wonden die geslagen zijn door de realiteit.

Zij is haast een keuze. Maar men voelt dat men haar weer moet laten.

Er is altijd dat moment, dat eindeloos wordt uitgesteld, waarop men haar moet laten.

Dit is een verscheurende gebeurtenis, alsof men zich helemaal heeft vastgeplakt in bijenwas, en zich plots moet ontvellen door zich los te trekken van een warme baarmoeder. Het is dit proces, waarvan men de littekens draagt. Niet het dal zelf. Het is ook dat proces, waarbij men zo verstrikt kan geraken in de tentakels van het eigen verlangen om daar te blijven.

Eens men eruit is, blikt men terug door een verwarrende blik van de ander; men denkt, dat men ontsnapt is. De malaise die ons alweer inhaalt, wordt vereenzelvigd met de droefheid. Tot men, jaren later, begrijpt dat de droefheid een heerlijke periode van gewichtloosheid was.
Droefheid legt niet lam, en zij staat niets in de weg. De droefheid in haar puurste vorm, die van de irrationele, voortdurend stuwende, doffe pijn, is een prachtige garantie dat men leeft. Dat men bestaat, dat men in contact staat met zijn menselijke essentie. Zij is een eer. Zij verheft ons.

Zij is het, die opdoemt, als een haast onzichtbare ondertoon bij de onnoemelijke vreugde van de geboorte. Zij is het, die ons bij de keel grijpt, wanneer wij voor het eerst de Melkweg zien. Ze is van onschatbare waarde, en laat zich niet voelen door iedereen. Ze laat zich niet uitspreken.

Zij was het, die ons opslorpte tijdens het dieptepunt. Zij was het, die ons zó dicht bij onszelf bracht, met alle liefde en tederheid die zij bezat, dat wij huiverden en beseften dat wij te klein waren om haar te bevatten.

Zij glimlachte, en liet ons gaan.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s