Schild en vriend.

Wat is de wereld toch een verschrikkelijke plek, als je er echt bij nadenkt. Het wordt bevolkt door zij die het Schild der Onverschilligheid tot hun beschikking hebben. En dan zij, die dat niet hebben, en zich -al dan niet moedwillig- laten raken. Veelal gebeurt dat onbewust, en zij worden ziek of psychotisch. Of zo. Maar er zijn er ook, zoals mezelf, die in vol bewustzijn blijven kiezen voor de kwetsbaarheid. Die het, met alle wetenschap van de gevolgen, allemaal tot zich laten komen.

Met graagte laat ik me raken, laat ik me kwetsen desnoods. Het is voor mij fijner om gekwetst te worden, dan om genadeloos ongetroffen te blijven en anderen pijn te doen. Mogelijks zit daar een erg zieke overtuiging in, dat ik anderen daarmee een dienst bewijs. Misschien is dat niet zo.
Maar het moest maar eens zijn, dat ik op die manier een ander laat zijn, die is zoals ik. Het moest maar eens zijn, dat ik op het juiste moment een medemens kwetsbaar laat zijn, op een draaglijke manier. Dat is het voor mij waard.

Vaak voelt het aan als een juk. Iets wat ik ongevraagd heb opgedragen gekregen door mijn opgroeien. Maar eigenlijk moet ik daar niet onnozel over doen, want ik heb daar wel voor gekozen. Ik heb keuzes gemaakt die het mij mogelijk maakten, om zo te blijven. Want ik wil -of kan?- niets anders zijn, dan dit.
Telkenmale ik op die tweesprong kom, van het kiezen voor de onverschilligheid, of de zaken gewoon over mij te laten walsen, dan kies ik dat laatste. Met een behoorlijk gebrek aan aarzeling misschien.

Gewillig laat ik mij onder de guillotine leggen, liever dat, dan dat ik ooit iemand dat aandoe. Er zit geen pijn in mij, die ik iemand anders kan opleggen. Er zit enkel heel veel pijn in mij, die ik draag. Voor of door anderen.
Misschien is dat wel erg jezuïet.

Of misschien is dat wel veel normaler dan de mensen die ik om mij heen zie. Misschien is dat wel, hoe vroeger iedereen was. Met een gemak en een vanzelfsprekendheid, die de pijn van het menselijke bestaan ook deproblematiseerde. Het katholicisme, dat vaak het verwijt krijgt van veel te veel met leed bezig te zijn, is misschien wel gegroeid uit dat algemeen aanvaarde besef; het leven doet verrekte pijn en niemand moet daar zo lichtzinnig over liggen doen.

Waarom is het zo onmogelijk geworden, om dat te omarmen? Wat is de mens verloren, over de eeuwen heen, dat hij vandaag niet met zelfvertrouwen kan zeggen dat hij normaal is?
Ha neen, wij moeten UNIEK zijn. Dat is erg belangrijk.

Belangrijker nog, dan een deel van een geheel zijn. Het individu is totaal buiten proportie aan belang gaan winnen. Het overstijgt de gemeenschap, het sociale netwerk, de context. De ziekte wordt in diezelfde gedachtengang ook geïsoleerd tot het probleem van één persoon, het ligt nooit aan de bredere sociale omgeving. Een stoornis in de hersenen, is het, een onevenwicht in de neurotransmittors. Jij zieke, dysfunctionele mens. Hoe durf jij falen in deze samenleving waarin alles kan. Je hebt de mogelijkheden, die wij jou bieden, verloochend. Luilak.

Het is de Hel op Aarde. Niet meer dan dat.

En het wordt alleen maar erger.
Of zal het uiteindelijk toch tot een halt worden geroepen? Door een groeiend aantal psychiatrische patiënten -die, laten we nu even niet belachelijk doen- veel dichter verwant zijn met wat de mens echt inhoudt; pijn, empathie, gevoelens. Pijn. Vooral dat. Het bewust ervaren van psychische pijn, het door en door voelen van wat ons kwetst, het inzien en het aanvaarden van die pijn. Dat dat helemaal niet zo erg is, dat men dat niet uit de weg moet gaan. Dat is levend zijn.

Men zegt altijd bij een sterfgeval; nu heeft hij/zij rust. Zo hoort dat ook. Het leven biedt geen rust. Daar is het ook niet voor gemaakt. Het is ontworpen om ons te confronteren met alles wat verdriet doet; anderen, die eerder heengaan naar de rust, situaties, omstandigheden, die ons laten lijden. Het leven is een kortstondige episode van hechting, intens geluk (misschien drie keer per leven), en heel veel droefheid. Frustratie. Kwaadheid. Angst.
Onzekerheid. Willekeur.
Maar toch ook dat intense geluk, dat dan zo fel afsteekt tegen al de rest. Het zien van de Melkweg. De geboorte van een kind. Niet in te ruilen, niet te vervangen, prijsloos.
Prijsloos.

We ploeteren nog altijd maar wat in de modder, net zoals we dat 7000 jaar geleden deden. De modder is nu misschien vervangen door een kapitalistische markt, maar zij is hoogstens wat verbloemd. Zij plakt nog steeds aan onze voetzolen.

Het is me onbegrijpelijk hoe we daar zo ver van zijn afgedwaald, terwijl dat voor mij zonneklaar is. Menselijk verdriet is iets schoon, iets echt, iets waarachtig.
Misschien zijn we dan toch gemuteerd, en kan die synaptische verbinding niet meer gemaakt worden bij sommigen.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s