Razend

Soms kom ik thuis en moet ik van verbazing even in de zetel gaan zitten en het allemaal tot mij laten komen. Ik woon alleen, met een kattin die ik goed verzorg, in een uitermate gezellig, mooi en net appartement in het centrum. Ik kom uit de kosten, ben zelfs zodanig zuinig dat ik veel overhoud. Ik heb een job waar ik elke dag trouw naartoe ga, en ik doe het goed. Met plezier en passie, zelfs.

Tien jaar geleden, dacht iedereen (mezelf incluis) dat ik mezelf van het leven zou ontnemen, dat ik nooit iets zou bereiken of dat ik heel mijn leven ziek zou blijven. Men zat met de handen in de haren rond mijn casus, zich af te vragen wat er ooit van mij zou worden. Hoe is het mogelijk, dat mensen zo hebben getwijfeld. Hoe is het mogelijk, dat niemand me ooit over het hoofd heeft geaaid en heeft gezegd “maak je niet teveel zorgen, met jou komt alles helemaal goed, je moet naar hen niet luisteren”. Dan was ik tenminste gerustgesteld geweest.
Vandaag maak ik er een punt van, om te zeggen dat alles goed komt. En ze zeggen dat je geen beloftes mag maken en dat je zo’n dingen niet mag zeggen want je weet dat toch niet zeker. Maar dat weet je wel. Want als je iemand ervan overtuigt dat alles goed komt, dan is dat ook zo.

Het is niet zo simpel om mezelf daar tijdig krediet voor te geven. Mezelf schouderklopjes geven is zeker geen gewoonte, ik vind het erg belangrijk om zeer kritisch te blijven. Complimentjes krijg ik van anderen wel, naar mezelf toe mag ik eerlijk, streng en veeleisend zijn. Eigenlijk moet dat wat gebalanceerder.

Wellicht kom ik nooit te weten, wat me zo ziek heeft gemaakt. Waarom ik zo kwaad en verwijtend op mijn opvoeding terugblik. Waarom ik op mijn zesde al met suïcide bezig was, waarom ik diep ongelukkig was, waarom ik zo onhandelbaar werd dat mijn ouders me uit handen moesten geven. Het ging me gelukkig nooit om het pijn doen van anderen, ik had veel te vroeg al veel te veel inlevingsvermogen om te stelen, fysiek aan te vallen of te dealen.
Het object van al mijn frustraties werd ik zelf. Ik heb mezelf verwond, verwaarloosd en gestraft voor mijn verdriet. Vandaag, nu mijn ouders als wezels en vol bewondering over mij spreken, valt het mij zeer moeilijk om dit te aanhoren. Zij, die mij steeds hebben genegeerd toen ik met existentiële vragen zat, die mij steeds hebben gezegd dat ik abnormaal was, die elk gesprek over mijn gevoelens hebben geblokkeerd en gesmoord. Zij die mij hebben laten opgroeien in een hel van eenzaamheid en emotionele verwaarlozing, zij bestoefen nu mijn carrière bij familie en vrienden.

Een basale loyaliteit dwingt mij om daar deugd van te hebben. Een deugd waar ik zelf van walg, die ik niet wens te voelen. Ze hebben me tekort gedaan, maar nooit beseft hoezeer ze me daarmee hebben gekwetst. Ik was problematisch en dat was voor hen heel gemakkelijk.
Uiteindelijk heb ik hen genezen, maar ik krijg daar geen erkenning voor.

Zo heb ik er altijd over gedacht. Maar soms denk ik ook, dat ik misschien een zeer moeilijk kind was, dat slim en manipulatief kon zijn. Dat meer doorzettingsvermogen had dan haar ouders, dat haar willetje doordreef. Ik was een bron van ruzie, discussie en onrust.
Maar soms denk ik ook dat ik een verstandig kind was, dat al snel terechte kritiek kon formuleren op haar ouders. Mijn zeer dominante, onzekere vader had enorme moeite met mijn vroege in vraag stelling van zijn autoriteit. Zeer vroeg wist ik zelf wat ik nodig had, en richtte ik mijn leven in zoals mij dat juist leek. Hun bijdrage was daarin overbodig. Ik vertrok, de velden in, met mijn kater Flanel die mij overal volgde. Bedtijd was wanneer de zon onder ging, en ik het gevoel had dat het tijd was om te slapen. De helft van mijn kindertijd zat ik opgesloten in mijn slaapkamer. Mijn recht tot eigengereidheid was een onderwerp van discussie dat ik voortdurend moest bewaken, dat werd niet spontaan gerespecteerd. Tot ik mijn eigen slaapkamersleutel vond (ik observeerde mijn moeder en wist al snel in welke schuif ik moest zijn) en ervoor koos om me daar terug te trekken. Knettergek werden zij daarvan, dat ik de controle zo wist te stelen. Hoe mijn vader de deur bijna inbeukte, omdat hij niet kon verdragen dat ik bepaalde wanneer hij wel en niet binnen mocht.
Hoe ouder ik werd, hoe meer ik aan hem ontsnapte en tussen zijn vingers door glipte.

Tot hij op een bepaald moment opgaf, en zelf ziek werd. Tot hij besefte dat ik op eigen kracht uit mijn put klom. Ik had hem niet nodig, hij had mij nodig. Wat ik van hem verdragen heb, heeft me beschadigd en hem gered. Toen ik oud genoeg was om op eigen krachten het huis te verlaten en bijna nooit thuis te zijn, kon hij zich niet meer op mij richten. Mijn tienerjaren bracht ik door bij veel oudere vrienden thuis, die al alleen woonden of in een vrijere omgeving opgroeiden.
Radeloos alleen, heb ik hem gedwongen om zijn fouten in te zien en er keihard op te botsen.

Razend was ik, jaren aan een stuk.

Dat is nu beter, maar de relaties blijken toch onherstelbaar gebroken. Zijn aanraking kan ik nauwelijks verdragen, eigenlijk niet. Nog steeds probeert hij die af te dwingen, wat bij mij automatisch binnenkomt als een hardnekkige poging om zijn wil door te drijven -zoals ik hem ken. Wat voor de buitenwereld een onschuldige wangkus lijkt, is voor mij een foltering met een hele geschiedenis van ongewenste nabijheid.

Dat heb ik overleefd.

En nu leef ik.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s