Nu

In een ver verleden heb ik een relatie gehad waarin alles goed zat. Op geen enkel ogenblik had ik het gevoel te moeten “inbinden” of ergens water bij de wijn te moeten doen. Hij was alles wat ik wou. Hij deed me lachen, onze intimiteit was warm en spontaan en er was een onmiskenbare compliciteit. We waren medeplichtigen, tegen de wereld. We noemden dat ook zo; wij tegen de wereld. En dat werkte. Tot het niet meer werkte.

Alles is op dat moment in elkaar gestort. Hoe dat is kunnen gebeuren weet ik niet, en hij ook niet. Jaren later heeft hij me nog een brief gestuurd, waarin stond dat het toch nooit meer hetzelfde was geweest met andere vrouwen en dat er een gemis was dat hij niet van zich kon afschudden.
Dat geloof ik wel. Maar het is gestorven, daar, die avond, toen hij zei dat het gedaan was. Hij ging eraan kapot. En ik ben kapot gegaan toen hij weg ging om zijn vel te redden.

Het had niet anders kunnen gaan, geloof ik. De tijd was niet rijp. Het is niet hem, die ik mis. Het is dat gevoel. Dat gevoel overrompeld te worden door iemand, helemaal in de ban te zijn, daarin te worden opgetild naar hogere sferen. Het lijkt of niemand me dat nog geeft, en als dat wel zo is, is het om de één of andere reden niet wederzijds (waardoor het ook nooit het niveau van hechtheid bereikt, wat je krijgt door seks, samenleven, dingen met elkaar delen).
Dat zal wel betekenen dat ik op de verkeerde mannen val, of aangetrokken word door de verkeerde dingen. Maar bij mijn ex-vriend was dat dan toch ook zo, en toch hadden wij nog samen kunnen zijn als ik op zijn brief was ingegaan. Ooit moet het wel eens goed zitten, toch? Ooit moet het toch kunnen, dat ik voor iemand val, en dat die persoon totaal gecharmeerd raakt en óók mijn nabijheid wenst? Bij anderen lijkt het allemaal zo gemakkelijk te gaan. Daar ben ik zo jaloers op. Ze komen elkaar tegen en er is een klik of zo, en dan gaan ze afspreken met elkaar, als vanzelf, en dan volgt de eerste kus en pats, een jaar later kent iedereen hen als een koppel. What the fuck.

Ze zeggen dat je pas iemand kunt tegenkomen die goed voor je is, als je zelf goed in je vel zit. Maar wat kan ik nog meer doen, dan nu? Goed en gezellig wonen, een fijne job die ik graag doe, interessante of strontbegaaide dingen doen met goeie vriendinnen die ik vertrouw, me engageren in ontspannende kunst- en dansdingen. Zolang er niet iemand is, die ik bewonder en zelf bemin, die me dichtbij zich wil houden en die mij begrijpt, voel ik me gehandicapt.
Ongetwijfeld zegt dit ook vanalles over mijn allerlelijkste persoonlijkheidskenmerken, het zal wel duiden op één of ander narcisme (een disproportionele nood aan bevestiging wijst ook op een disproportioneel ego) of iets anders, maar ja, narcisten mogen toch ook graag gezien worden. Ik kan niet geloven dat ik onherstelbaar beschadigd ben, dat mag niet. Als ik daar ooit op uitkom, neem ik pillen en wil ik nooit meer wakker worden. Er zit teveel eerlijkheid in mij, teveel goede wil om mijn vergissingen en fouten te zoeken en te corrigeren, om tot een stagnerend, beperkt schepsel te verworden. Nu nog, alleszins.

Nu nog.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s