Schaamrood

Dat was de leeftijd waarop ik begon te beseffen, dat ik zou moeten vechten. Dat het leven veel verdriet met zich meebrengt, en dat dit onvermijdelijk is. Wanneer ik daar alleen zat, bij de tegels, overpeinsde ik mezelf en de toekomst, en voelde ik heel hard hoe veel groter het eigenlijk allemaal was. Hoe een hele wereld daarbuiten nog bestond, hoe een heelal zich rond mij heen uitstrekte en hoe ik heel weinig betekenis had.

Dat is een stukje uit mijn allereerste ingave op deze blog, anderhalf jaar geleden. Wanneer ik dat lees, herinner ik mij wel hoe ik mij voelde. Hoe het leek of ik nooit echt tot rust zou komen, hoe ik me niet kon voorstellen dat mijn woelige emotionele leven ooit zou veranderen.
Voor deze blog waren er andere blogs, tientallen. Iets afgewerkt, en verwijderd. Een proces afgerond en dan het hele ding weer weggemoffeld, want eens ik er allemaal uit ben en terug lees hoeveel zelfmedelijden ik kan hebben, wil ik altijd alles weghalen. Met het schaamrood op de wangen wil ik dan doen alsof die kant van mij er niet was. (Overigens een betoverend mooi woord, ‘schaamrood’.)

De littekens van mijn automutilatie zijn de enige zichtbare overblijfsels die ik kan verdragen, die op één of andere manier verzoend zijn geraakt met wie ik ben. Dat was vroeger, dit ben ik nu.
Als ik beval, hangt mijn buik door. Als ik pijn heb en geen taal, dan draag ik littekens van wat er zich toen heeft afgespeeld. Dat is gewoon het leven.

Nu ga ik dat niet meer doen. Eigenlijk vind ik mijn teksten te mooi, om ze te verwijderen. Sommigen zijn schandelijke verdraaiingen van de werkelijkheid, zijn belevingen, standpunten. Maar dat maakt ze niet illegitiem. Ze blijven een deel uitmaken van mijn weg, net zoals het wild vlees op mijn lichaam.

Afrika II

Het probleem daarbij is natuurlijk dat het mijn droefheid, mijn paniek is, die mij tot schrijven aanzet. Door de vrede die er nu is, zal de toon van mijn schrijven ook vanzelf evolueren. Ik heb nog negen euro om de rest van oktober mee te leven, en vijftien euro in mijn portefeuille. Dat is het enige noemenswaardige, concrete probleem dat ik me voor de geest kan halen, en zelfs dat is helemaal geen probleem want mijn koelkast zit vol en over twee dagen of zo wordt mijn loon gestort.
Maar als ik nu begin te schrijven over de prullaria dan wordt dit echt een oeverloos geëmmer dus dat pad verlaat ik nu maar. Waarmee ik eigenlijk al impliceer dat alles wat ik voorheen schreef geen prullaria waren, wat zij natuurlijk voor een ander wel konden lijken. Voor mij waren dat alleszins belangrijke, procesmatige schrijfsels die van groot belang waren en zijn.

Alleen merk ik dat er vroeger altijd wel een groot verdriet, een diep onbehagen was waar ik heel snel contact mee kon maken, waardoor ik altijd ook een treurige tekst kon schrijven over weet-ik-veel-welke tragedie die ik op dat moment doormaakte. Of ik haalde herinneringen op aan heel erge gebeurtenissen of momenten waarop ik me heel slecht voelde, om die dan te overanalyseren als zijnde de bron van alles wat vandaag niet zo goed lukt.
Hoe ik me daarvan heb losgekoppeld weet ik niet, maar misschien was het wel, de manier waarop Afrikanen geen oorzaken voor huidige problemen gaan terugzoeken in het verleden. Het verleden is weg, daar keer je niet naar terug. Alleen wij, gekke Westerlingen, doen dat. Het probleem stelt zich nu, dus de oplossing dient nu gezocht te worden. De oorzaak is in de verste verte irrelevant in hun manier van kijken naar de wereld, voor hun is het geen meerwaarde om te weten vanwaar het probleem komt. Er is geen water in de put omdat ergens de toevoer verstropt is, of die toevoer nu verstropt raakt door rotte bladeren die erin vallen of door een mol die zijn hol daar graaft; hij moet nog altijd vrijgemaakt worden. Je bent een beetje vreemd in contact, of dat nu door je alcoholverslaafde vader komt of door de jarenlange pesterijen die je op school moest ondergaan; je hebt ook wel goeie kanten en je hoeft niet te veranderen want dat ben je niemand verschuldigd.

Wij psychologiseren de dingen te veel, wij onderzoeken onszelf, onze levensloop en gaan op zoek naar wat beter kan, waardoor we eigenlijk vergeten heel heel hard te genieten van alles wat er sowieso al is. De zon, de geur van regen, zachte sokken, de slappe lach met een collega, een streling van een kennis die blij is je te zien, dat het eens niet regent, mooie vormen in de wolken, grappige situaties op straat tussen wildvreemden zich zien afspelen, net op het juiste moment, ……………….. Er zijn eigenlijk ontelbaar veel dingen die mij intens gelukkig maken en er is niet veel wat me weer naar beneden haalt.

Nochtans heb ik zelfs mijn maandstonden. GEK.

Afrika

Er is iets heel bijzonders gebeurd in Afrika. Het was sowieso een voorop gezet doel om daar dingen “los te laten”, of te proberen om er iets uit te halen wat mijn verdere leven gunstig zou beïnvloeden. Ergens had me dat heel zenuwachtig gemaakt, want de verwachtingen lagen hoog en wat als ik thuiskwam en er was niks veranderd?

Het betrof een groepsreis met 20 mensen die ik van haar noch pluimen kende. Allemaal Nederlanders, behalve eentje. Om de één of andere reden is dit wonderwel gegaan, het genot van de reis was zo intens dat al de rest vanzelf ging. Misschien omdat ik was afgeleid van het overdenken van de dingen.
Ik ben thuisgekomen met het rotsvaste vertrouwen in mezelf en mijn goede natuur. Twintig wildvreemden zijn aan me gehecht geraakt, twintig mensen hebben me moedwillig opgezocht, aangesproken, en heel graag gezien. Er is nu niets meer rondom mij dat kan doordringen in een bolgewerkt besef van mijn puurheid. Vroeger konden externe voorvallen alles op losse schroeven zetten waardoor ik twijfelde aan mezelf, of aan hoe een ander me zag. Ik liep rond met het gevoel mijn goedheid te moeten bewijzen of verantwoorden. Daar ben ik van bevrijd. Dat hoeft niet meer.

Vanochtend stond ik op en zag ik mijn eigen lichaam in de spiegel, en ik werd vervuld met vreugde en trots. Natuurlijk is het niet perfect, niemand is perfect, maar ik vond het geheel allemaal zo schattig en lief. Ik zag het graag, want het was van mij.
Alles ligt op de juiste plooi. Er is geen enkele manier om te voorspellen hoe lang ik dit kan vasthouden, en of dit een langdurig effect is. Maar op dit moment voel ik me getroost, omringd en zijn mijn behoeftes heel erg afgenomen. Eten is gemakkelijk, ervan genieten ook. Omgaan met anderen is gemakkelijker, ik kan kwetsbaarder zijn. Het is echt heel bijzonder.