Geuren en kleuren

Thuiskomen is altijd -heel even- confronterend. Mijn buren, een koppel in verwachting, eten rond de tijd dat ik thuiskom van een dagdienst. De gang vult zich met een heerlijke geur, soms spek, soms gehakt, soms smeuïge roomsaus. Een erg verwelkomende warmte hangt in de gang wanneer ik van buiten kom, en even denk ik, “oef, ik ben thuis”. Ik open mijn voordeur en daar… Daar wacht geen geur op mij. Het ruikt naar sigarettenrook, een zweem cannabis en soms de kattenbak, als ik te lang uitgesteld heb om die te verversen.
Het eerste wat ik doe, is de verwarming opzetten. Het is de eerste uren nog te koud om echt te ontspannen.

Omstreeks 20 u, ga ik al naar de slaapkamer om in bed nog een film te kijken op mijn laptop. Het verhaal verjaagt even het gepieker (al priemt dat er soms alsnog doorheen), het wiegt me in slaap. Hoewel ik intens geniet van televisiekijken, irriteert de reclame me dermate dat ik afhaak. Al snel zit ik op mijn smartphone, en zo verlies ik de draad van het programma dat ik aan het bekijken was, waardoor ik het algeheel maar laat “gebeuren” daar op die tv.
Misschien is dat overigens wel de bedoeling, om ons smartphonegebruik te laten toenemen. Om het een onontbeerlijke schijn te geven.

Zelden heb ik ‘s avonds de energie om iets klaar te maken. Meestal eet ik boterhammen of cornflakes, gewoon uit gebrek aan inspiratie ook. Nu maak ik al pasta klaar voor morgen, dan kan ik dat opwarmen met een sausje uit een pot van de winkel. Dan heb ik tenminste iets gegeten wat een beetje op een warme maaltijd lijkt. En produceer ik geen drie potten afwas, die ik dan zou laten staan uit futloosheid. Met lede ogen zou ik in dat geval mijn keuken in turen, om het hoekje van de muur, en bij mezelf denken, ‘waar is uw karakter gebleven’?
Vandaag race’te ik naar WC (ik moet altijd superdringend na het pendelen, ook al ga ik vlak voor ik van het werk vertrek nog eens, hoe komt dat toch!?) en zette ik alvast de tv op. Ondertussen doe ik nog vanalles (gordijnen sluiten, schoenen uitdoen, waterkoker opzetten om de pastakook vooruit te laten gaan) maar moet de tv toch al opstaan. Voor niks, voor niemand. Voor mij. Voor de illusie.
De razende honger deed mij onmiddellijk een kom Rice Krispies uitschenken, zo vergat ik helemaal om mijn kattin te begroeten. De laatste tijd vervreemden wij van elkaar.

Zo doe ik ook mijn nachtlampje al aan, uren voor ik ga slapen. Gewoon, voor de gezelligheid. Omdat het een spaarlamp is en ik dat dus niet zal voelen. Omdat dat een klein comfortje geeft, waar ik me goed bij voel. Dan lijkt het alsof er al iemand in de slaapkamer was, voor ik ging slapen. Dan voelt het niet alsof ik alleen woon.
Abby, de kat, ligt er steevast al in. Klaar, aan het voeteneinde. Wachtend op mijn vermoeidheid.
Al die kleine dingen, zorgen ervoor dat ik me niet eenzaam voel. Sowieso niet, eigenlijk, want alleen zijn is heerlijk. Zeker hier. Alles is hier door mij gekozen en ingericht. Alle spullen hier, zijn van mij. Ik mag alles hier naar eigen goeddunken gebruiken.

Soms is zelfs mijn kat teveel. Zoals nu. Vroeger reageerde ze onmiddellijk op mijn stem, spurtte ze naar me toe. Nu verstopt ze zich, ontwijkt ze mij bijna. Of zit dat allemaal in mijn hoofd? Er is weinig positieve interactie tussen ons.
Wanneer ik haar aai, wandelt ze weg. Wanneer ik haar roep, komt ze niet meer.

Het is tijd om te investeren in de relatie met mijn kat. Als ik zelfs dat niet kan vasthouden, hoe kan ik dan ooit een relatie voeden?
Misschien ben ik gemaakt om alleen te zijn.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s