Fort

Het duurde een hele tijd, voor ik er goed en wel “uit” was, wat ik wilde vertellen. Dit doen, betekent ook, in het licht gaan staan, mijn persoon vooruit schuiven, iets wat ik niet eenvoudig vind om te doen. Het is gevaarlijk voor mij en voor het onderwerp, omdat een deel van mijn overlevingsstrategie, een hermetisch afgesloten, onraakbaar fort vormde.
‘Fort’ betekent trouwens ‘sterk’ in het Frans, mijn moedertaal. Dit wordt een moeilijke evenwichtsoefening, om dit verhaal een doel te laten dienen, in plaats van een muur aan onkwetsbaarheid op te werpen.
Het was Luc die me vroeg om dit te doen, toen we op een zonnige namiddag aan het keuvelen waren. Op één of andere manier heeft hij aangevoeld dat ik hier iets rond te brengen had, hoewel ik me niet kan herinneren, daar ooit te hebben over gesproken. Als hulpverlener ben je automatisch erg discreet over je eigen verhaal, vooral omdat de “patiënt” niet belast hoeft te worden of in welke hoedanigheid dan ook, geremd om zelf lekker door te gaan hangen. Wanneer een persoon in opname komt, moet hij in alle vrijheid kunnen loslaten, van alle verplichtingen, verwachtingen of druk.
Als hulpverleners gaan we erg nauwe banden aan met mensen, en als we écht te kwetsbaar gaan overkomen, dan durven mensen misschien hun verhaal niet meer doen. “Oei, die heeft precies niet geslapen, ik zal wel op mijn tanden bijten”.

Even voor mijn 18e verjaardag tot mijn 19e was ik opgenomen in Kortenberg op een afdeling voor adolescenten. 14 maanden in totaal. Ze werkten daar niet met diagnoses, maar de symptomen waren middelenmisbruik, automutilatie, eetstoornissen en forse, grotendeels verbale agressie. Vandaag denk ik vooral dat ik sterk reageerde op een instabiel huishouden dat gebukt ging onder het gewicht van een totaal overspannen vader. Er zijn veel herinneringen die ik in de vorm van trauma’s met me meedraag, ook vandaag nog. Nu ik alleen woon en dit werk kan uitoefenen, zijn veel wonden minder diep.
Door dit beroep heb ik zin kunnen geven, aan wat me is overkomen. Dankzij dit beroep, heb ik een sterke maatschappelijke rol, die op veel eerbied en dankbaarheid kan rekenen in de samenleving. Nochtans voel ik diezelfde eerbied en dankbaarheid naar de patiënten toe, die mij toelaten in hun leven, die mij de kans geven, om dit werk te leren. Het zijn zij, die mij bijsturen, en die mij richting aangeven.

De psychiatrie is voor mij eigenlijk een beetje een Muppet show. Ik herinner mij als patiënte, hoe totaal onomstotelijk gelukkig, voorspelbaar en rotsvast de hulpverleners leken. Die illusie was erg waardevol, zij maakte het voor mij mogelijk om zo ziek te zijn als nodig, om in een bepaald proces te kunnen starten. Zonder die illusie had ik niet kunnen LOSLATEN, om het nadien zelf weer in handen te nemen. Je komt als patiënt juist in een ziekenhuis terecht, omdat je familie de situatie niet meer kan dragen. Je bent het gewend om “te zwaar” te zijn. Het doet verrekte deugd om ergens aan te komen waar de hulpverlening warm, maar secuur is.
Ik vergeet nooit hoe zij, wanneer ze zich samen terugtrokken in de vergaderzaal, als een homogeen, harmonisch groepje mensen leken. Hoe het nooit in mij was opgekomen dat die mensen even diep als mij zouden kunnen vallen. De dieperik van ‘patiënt zijn’ is onbeschrijflijk eigenlijk. Je verliest bijna alles wat jou definieert als mens. Zelfbeschikkingsrecht, maatschappelijke rollen die deel uitmaken van je identiteit, fierheid, afhankelijk van de omstandigheden ook je stem. Bepaalde situaties zijn zoveel sterker dan jezelf, dat je het gevoel hebt, dat je stem er minder toe doet dan die van een ander.
En nu, nu ik zelf verdwijn achter gesloten deuren, denk ik vaak na over hoe dat vroeger was. Die gesloten deur zien, en denken, ze zijn over mij bezig, wat zouden ze aan het zeggen zijn? Om dan een diplomatisch verpakte versie terug te krijgen, niet altijd zeker dat daarin alles wel gezegd werd, wat er gedacht werd, daarbinnen.
Wanneer ik de deur van de vergaderzaal sluit, schieten er gedachten door mijn hoofd, die niet deelbaar zijn. Herinneringen, aan hoe dat was, wanneer al het personeel plotseling verdween en je nergens met je vragen naartoe kon. Wanneer ik over een patiënt nadenk, gebeurt dat vanuit mijn positie als hulpverlener, maar automatisch ook met allerlei kanttekeningen, die ik moeilijk kan delen. Je introduceert jezelf niet als “hallo ik ben je nieuwe collega, ik ben ooit patiënt geweest”.
Veel collega’s waar ik mee heb samengewerkt, weten wel dat ik ooit, in mijn jongadolescentie, een opname doormaakte. Maar toch wordt die bron niet aangeboord tijdens een teamvergadering bijvoorbeeld. Niet alleen vind ik het moeilijk om te zeggen “ik weet nog hoe dat was”, maar bovendien weten collega’s niet wat ik bereid ben te delen en wat niet.

Het enige noemenswaardige verschil tussen hulpverleners en patiënten, is in mijn ogen dat je als hulpverlener een verantwoordelijkheid opneemt om anderen, met minder geluk, van je extra draagkracht te laten profiteren. We organiseren de zorg ook zo, dat ons incasseringsvermogen artificieel groot wordt.
Als hulpverlener ga je na 8 uur naar een min of meer stabiel huishouden, kinderen die je graag ziet, huisdieren, vrienden. Daarom werken wij in teams; we steunen elkaar en proberen op die manier “supersterk” te zijn voor de mensen die het even niet meer alleen kunnen. Er lopen psychologen rond, die niet alleen gesprekken doen met patiënten, maar ook het team leiden in een bepaalde denkwijze die de moeilijke situaties, draaglijk maakt.
Verder hebben we allemaal gebreken, maar dragen wij, in de professionele zorg, de verantwoordelijkheid om ons bewust te zijn van de onze, teneinde die te kunnen annuleren in het patiëntencontact.

Voor de rest zijn we, volgens mij, mensen onder elkaar. De ene is een beetje directiever, de andere laat meer los. We denken vaak dat we perfect moeten zijn, terwijl patiënten dat helemaal niet vragen. Mijn lievelingsverpleegster had een furieus temperament, was een kettingsrookster en op een dag brak haar linkerhak af van haar schoen, waarop ze totaal in paniek schoot. Mijn IB was een Limburgse seut die met haar voeten op de grond stampte als ik haar teleur stelde. Ze was er. Nu weet ik dat.
De vruchten van de opname, komen pas jaren later. Het mooiste resultaat, is eigenlijk, je patiënt bijna niet meer zien of horen…

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s