Braak

De afbraak is begonnen. Grappig, dat net nu de boulimie overwonnen is, een concept kan beginnen dat dezelfde etymologie heeft. Braken en breken zijn eigenlijk allebei hetzelfde woord. Met braken, breek je je lijf ook wel af, dus dat blijft logisch.

De afbraak waar ik op doel, is die van het oude huis waar ik in woon. Het voldoet niet langer, mijn smaak is veranderd. Ik ben al heel mijn leven bezig aan kleine werken, de gevel kon wat werk gebruiken. Zachter zijn, de agressie van binnenshuis beter binnenhouden. Maar de agressie binnenshuis heeft alles gesloopt, er staat eigenlijk enkel nog een gevel. Die mag even blijven wat hij is.
Het is goed, dat dit afgebroken raakt. Het zijn verouderde structuren die me niet langer helpen, het huis zelf niet langer ondersteunen. De gordijnen zijn rot, gescheurd. Het water wordt niet warm, de boiler is kapot. De verwarming is niet meer aangesloten. De winter komt eraan en het vocht in de muren dreigt alles kapot te vriezen. Het is kil, vochtig, het ruikt naar schimmel en verwaarlozing, daarbinnen.

Deze winter wil ik verwarming. Troostende gedachten over mezelf, mezelf leren verzorgen, mijn grenzen leren koesteren. Me omringen met lieve mensen, toelaten dat die mensen binnenkomen en zien wat een ravage er daarbinnen is aangericht, precies door niks te hebben gedaan, al die jaren. Er is veel schaamte, maar de enige remedie tegen schaamte, is openheid -en in een later stadium, humor.
Ik schaam me, dat ik als volwassene nog altijd niet gevonden heb, hoe ik in mijn eigen noden moet voorzien. Ik schaam me, dat ik al jaren investeer in een gevel die mensen misleidt, en dat ik daardoor de verkeerde mensen aantrek en nadien in de slachtofferrol kruip (dat doe ik binnen, dat doe ik alleen). Ik schaam me, dat ik mensen ontvang in mijn voortuin, omdat ik de voordeur niet durf openen, uit angst voor wat men ervan gaat vinden.

Maar daarbinnen zijn wel degelijk nog dingen goed. Ik moet kritisch blijven, maar ook niet negatiever dan nodig. De draagmuren staan er nog, ik heb nog veerkracht. De keuken heb ik opgelapt, ik kook gezond en eet voldoende. De slaapkamer heeft een bed, het is een matras op de vloer maar het is een bed en het wordt verschoond; ik slaap acht uur per nacht, en wanneer ik wakker word, ben ik uitgerust. Tegenwoordig luister ik tijdens het slapen naar boeddhistische OM-gezangen, heel zacht, of orthodoxe koren. De geluiden zijn rustgevend, als de golven van de zee.
De ramen zijn niet kapot, maar ik vergeet enkele soms te sluiten om mijn interieur te beschermen, dat wel. Als de wind dan te erg van voren komt, dan regent het binnen. Of mensen breken in. Ik moet leren om mensen te vragen via de deur binnen te komen, en als ze dat niet willen doen, dan zijn het geen mensen voor mij. Het dak is nog goed, het fundamentele schild tegen het weer, dat staat er.
De achterdeur naar de wilde tuin knelt, je moet de klink met al je macht omhoog trekken om de deur open te wrikken. De wilde tuin is mijn onderbewuste, mijn gevoelsleven, mijn diepste, gevoeligste kern. Die zal altijd wild zijn, het heeft geen zin om te proberen daar in te wieden. Daar leven mijn oprechtste emoties, die zijn niet gemaakt om in perkjes te staan. Sommige mensen kunnen dat, een tuin organiseren en indelen, maar andere mensen zoals ik, hebben liever een wilde tuin. In een wilde tuin kunnen onverwachte vruchten uitkomen. Ook dat is het geval.
Die achterdeur is een dikke houten deur, een erg oude deur. Vroeger werd die dichtgeknald en op slot gedraaid. De buitenwereld begon op de drempel van die deur, maakte ik mezelf wijs. Maar door te denken dat ik mezelf op die manier beschermde, verwaarloosde ik mijn hart.
Eigenlijk zou ik moeten werken aan een glazen deur, die vaker op een kier mag staan. Dat ik kan kijken naar de bloemen die daar uitkomen, de sneeuw die daar valt, de zon die de vorstpegels doet schitteren. Dat ik ermee in contact sta.

Onlangs vertelde iemand mij nog dat in Canada alle deuren openstaan, en dat er niet wordt ingebroken. Als ik vertrouwender ben, als ik rustiger ben, dan breken mensen bij mij misschien ook niet in.

Liefst zou ik ook een knusse woonkamer inrichten, waar mensen kunnen binnenkomen en op hun gemak zijn. Voorlopig staan daar plastieken stoelen en eentje heeft maar drie poten. Mijn daadwerkelijke thuis heb ik alvast weten in te richten volgens mijn smaak en ik kom graag thuis. Het is hier warm, proper en ik heb alles wat ik nodig heb.
Toen ik hier jaren geleden pas woonde, wilde ik het vooral op sneltempo “inkijkklaar” hebben, mensen moesten binnenkomen en het goed vinden. Hoe langer hoe meer, is dit “mijn” thuis geworden. Er is misschien toch een zelfzorgende basis gelegd, zonder dat ik er erg in had.

Eerst verwarming.

Advertisements

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s